Benoît van Innis

De waarheid. Bij een nieuw album van Benoît

De Standaard der letteren

Afgelopen zondag werd in het Gentse S.M.A.K. het nieuwe album van - onder meer 'onze' - tekenaar Benoît van Innis voorgesteld. 'Onze' Notities-man Josse de Pauw stelde de kunstenaar en zijn werk aan het publiek voor.

Dames en Heren, ik ga de waarheid zeggen. Ik kan niet spreken over kunst. Het woordje staat in het woordenboek en ik gebruik het zonder enige schroom; ik wil het er, tussen de koffie en de calvados, met wat vrienden weleens over hebben; het is mij zelfs al overkomen dat ik, als de calvados van een goed jaar is, met overslaande stem, een werk verdedig, dat ik met kromgetrokken tong de zaak analyseer en de vrienden, die moedig blijven luisteren omdat ze vrienden zijn, bezweer het te gaan zien en te begrijpen en dat dan liefst op mijn manier. Mij te begrijpen dus. Dat kan ver gaan. Zeer ver. Een mens verliest, wegens artistieke meningsverschillen, al eens een lief onderweg. Of een vriend kiest, daags na een al te heftig betoog, de andere straatkant als hij je ziet aankomen. U zal het mij dan ook niet kwalijk nemen, als ik het er hier vandaag niet over heb. Want, hoe hard hij ook zijn best doet om het anders te laten uitschijnen, Benoît maakt kunst. Ik wil het daar niet over hebben.

Dames en Heren, ik ga de waarheid zeggen. Er had een tekening in de krant gestaan. Die krant heette toen nog De Morgen, maar vermits ze er daar, na een kleine enquête (een specialiteit van het huis), niet meer konden mee lachen, is dat verleden tijd. Benoit tekent nu voor De Standaard der Letteren. Ook daar lopen er mensen rond die er niet kunnen mee lachen, komen er brieven van lezers die zich afvragen wat er te lachen valt. Hoe zit dat nu eigenlijk? Hiernaast hangen prachtige tekeningen van Thierry de Cordier. Ik zal niet zeggen dat er niet af en toe mee te lachen valt, maar om nu te zeggen dat een mens daar schaterend langs de muren loopt... Niet echt. Maar een tekening in de krant moet dus om te lachen zijn. Meer nog, omdat er van Benoît af en toe een tekening in de krant komt, moet 'een Benoit', ook als hij niet in de krant komt, om te lachen zijn, punt. Dat is een probleem. Want Benoît tekent en schildert zijn wereld. En dat is een wereld waar mee te lachen valt, maar die ook om te huilen is of waar je vaak een beetje ontredderd staat naar te kijken. Het leven, quoi.

Dames en Heren, ik ga de waarheid zeggen. Er had een tekening in de krant gestaan. Een receptie. Bij nader toezien, een receptie die op haar einde loopt. Dames en heren, geverfd en verkleed voor de gelegenheid, de meesten met een glaasje in de hand, drukdoende met schouderklopjes of discussies, zichtbaar over kunst. Op een paar dames na, iedereen uit balans. Niet ingezakt - dat hoort niet in de wereld van Benoît - maar uit balans. Ook de ober, met een vol dienblad. Niet het dienblad, maar hij wel. Uit balans. En tussen al dat drukdoende volk, tussen al dat kunstgedruis, tussen al die benen van dames op leeftijd en heren van stand, ligt er eentje strijk. Een man als een plank. Ogen open, maar het licht is uit. Het was om te lachen. Het was ook om te huilen. Want het zal niet de eerste keer zijn dat ik deel uitmaak van een dergelijke verzameling. Enkele dagen later zie ik hem zitten in een Brussels etablissement, waar ikzelf, in die dagen, kind aan huis was. Benoît. Ik wist zelfs niet dat hij in Brussel woonde, dacht dat hij op bezoek was in de grootstad. Ik ben naar hem toegestapt en heb hem bedankt voor zijn tekening. Hij lachte het allemaal wat weg en we hebben samen iets gedronken en daar hebben we sindsdien een gewoonte van gemaakt.

Dames en Heren, ik heb de waarheid beloofd en de waarheid zal het zijn. Toen ik nog een kind was, gingen wij 's zomers vaak naar de rand van het dorp. Naar de boomgaard van de boerderij waar mijn moeder was opgegroeid, om het fruit te plukken. Vlakbij die boerderij stond de ruïne van een kasteel. Midden in een verwaarloosd park stond een vervallen bouwsel in rode baksteen, met hoge muren en veel rondingen en zonder dak en een echte brug over een echte slotgracht en op het water, trage witte zwanen. Wij speelden daar. En als we werden overvallen door een onweer en er schuilen moesten, dan hoorden we boven in verborgen kamers, het leven van vroeger. De voetstappen van prinsen en prinsessen, het gebulder van een woedende koning, het gehuil van een dienstbode die werd gestraft omdat hij een porseleinen bord had laten vallen. Ook dat hadden wij gehoord.

Mijn ouders noemden dat bouwsel: 'Het Kasteel Vavaninnis. ' Dat klonk héél oud: 'VAVANINNIS'. Het was Latijn. Mijn moeder vertelde ons dat haar ouders grond pachtten van het kasteel. Zij mocht, als kind, dan ook vrijelijk in het park rondhangen. Ook later nog, toen ze met mijn toekomstige vader een rustig plekje zocht en onder een van de oude beuken, met hem lag te oefenen voor later, en een van de edellieden, door hun gezucht en gesteun gestoord, bij zijn avondwandeling, zijn stem verhief en hen wees op het bordje bij de ingang: PRIVATE EIGENDOM, ook toen mocht zij, zodra de jonge edelman haar had herkend, gewoon voort oefenen, op zijn grond. Zij bewerkte die grond. En daarenboven was zij een mooie, jonge boerin. En zoals wij weten hebben jonge edelmannen een zwak voor mooie, jonge boerinnen. Dat is nooit anders geweest.

Dames en Heren, ik zal het niet meer herhalen, maar het is toch waar? Als je Benoît een 'tweedpak' aantrekt, met van die hertenleren lappen op zijn ellebogen en hem 'een foulard' in een openstaand, wit hemd propt, dan ontkom je toch niet aan de indruk dat er nogal genereus met 'blauw bloed' is omgesprongen. Dan pas kan je ook die nobele gelaatstrekken plaatsen en die ogen waarmee hij je, vol verbazing, kan aankijken, alsof hij je voor de eerste keer ziet. 'Ja,' zei hij, toen ik hem ernaar vroeg, 'Aan vaderszijde en hij is in Asse geboren, waar jij vandaan komt.' Ik wist toen al jaren dat Benoît 'van Innis' heette. Ik wist al jaren dat de 'van' met kleine 'v' werd geschreven. Ik had het dus moeten weten. Maar ik had zijn 'van Innis' nooit verbonden met mijn 'Vavaninnis'. Zijn edele trekken nooit gekoppeld aan mijn kasteel. Het was dus geen Latijn?! Ik was ontgoocheld, maar ook opgewonden. Mijn wereld stortte in, maar tegelijkertijd werd er ter plekke een nieuwe uit de grond gestampt. Een vriend van mij was een nakomeling van het 'Kasteel Vavaninnis'! Ik moest enkel de naam van mijn kasteel goed leren schrijven. Dat was alles! Zo stapte Benoît niet enkel mijn heden, maar ook mijn verleden binnen.

Het zou een mooie zin geweest zijn om te eindigen. 'Zo stapte Benoît niet enkel mijn heden, maar ook mijn verleden binnen.' Maar hier moet nog iets aan toegevoegd, Dames en Heren, want we gaan voor de volle waarheid! Ik zal mij tot hem zelve richten. Benoît, we gaan het niet over vandaag hebben, maar vorige week was het 1-1. We hebben het hier over voetbal, Dames en Heren, en voor u en mij, voor de doorsnee mens zeg maar, is 1-1 een gelijkspel. Niet zo voor Benoît, Dames en Heren. Niet vorige zondag in elk geval. Want 'vorige zondag' dat zijn gewoon andere woorden voor 'Anderlecht-Club Brugge'. (Ik zeg het nu voluit, maar eigenlijk hoeft Brugge er niet bij, Club is genoeg. Er is er maar één.) In dit geval, Dames en Heren, is eender welk gelijkspel verlies voor Brugge. En niet zomaar verlies, onrechtvaardig verlies! Het veld lag slecht, de bal was getrukeerd, de goals stonden omgekeerd, de scheidsrechter speelde met Anderlecht mee en Lorenzo Staelens ook en die is nochtans van Club Brugge.

Het is haat, Dames en Heren. Dat gaat zeer ver. De door hem bewonderde kunstenaars spelen, in die rare kop van hem, allemaal bij Club en die welke hij niet kan uitstaan, bij Anderlecht. Ik woon net buiten de stad, in Lennik. Benoît komt graag eens langs en ik ben daar altijd blij mee. Er is maar één probleem: om in Lennik te komen, moet hij door Anderlecht. Hij komt godzijdank nog altijd, zij het dat hij de eerste minuten niet aanspreekbaar is, maar we weten dat, we laten hem bekomen.

Ik ken hem nu toch al een tijdje. Ik heb hem tekeningen voor kranten zien maken, covers voor New Yorkers, kalenders voor Amerikaanse meubelfabrikanten, affiches voor theaters, kunstboeken, doeken, ik heb hem muren vol zien tekenen in zijn atelier, tegels zien beschilderen in Portugal en binnenkort heeft hij een metrostation in Brussel. Maalbeek heet dat station, maar wij zullen zeggen: 'Afstappen in Benoît!' Ik heb hem ooit op een dubbele ladder zien staan, penseel in zijn hand, klaar om aan te zetten. De ladder piepte monotoon. Piep! Piep! Piep! Hij merkte niks. En het moment dat zijn penseel het blad raakte, stopte het gepiep. Abrupt. De concentratie, heb ik lang gedacht. Het lichaam dat zich spant. Heel dat wezen dat zich naar één punt richt. Maar nu denk ik soms, misschien was het de ladder zélf. Misschien voelt zelfs een ladder wat er gebeurt. Waarom zou het voor een ladder per se onmogelijk zijn om respect op te brengen. Ik piep ook. Dat is van het roken. Ik ben ook gestopt met piepen toen hij aanzette. Voilà. Ik heb de waarheid gezegd. En de mooiste tekening in zijn boek is 'de kat'.

Ik dank u.

Author: Josse De Pauw
URL: http://www.benoit-artist.com/reviews/Josse-DePauw

« Previous | Next »