Benoît van Innis

Witte Hemel

De Standaard der Letteren

Tekenaar Benoît, een aantal jaren geleden in een interview: 'Ik denk dikwijls aan de dag dat er niemand over zal zijn die mijn werk wil'.

Vanwaar die angst bij een kunstenaar die in binnen- en buitenland toch veel erkenning geniet? Het is een constante in de carrière van de Bruggeling, nu Brusselaar, Benoît van Innis (1960) dat zijn tekenwerk naast bewondering voortdurend agressie heeft uitgelokt. Nooit was het evident dat hij van de bladen die hem publiceerden ook blijvend krediet kreeg.

Benoît, in datzelfde interview: 'Soms doen die redacteuren me aan mijn vader denken. Toen ik twaalf was, hoorde ik in mijn bed via de radio dat er ingebroken was in het huis van Picasso. Ik liep naar beneden om het aan mijn vader, die aan zijn ontbijt zat, te vertellen. Hij had medelijden met de dieven, die voortaan met die afschuwelijke schilderijen moesten leven.'

Benoît ging het eerst aan de slag in De Standaard , midden jaren tachtig. Vervolgens begon hij aan een zwerftocht langs enkele andere Vlaamse en vele buitenlandse bladen. Sinds 1996 tekent hij wekelijks in De Standaard der Letteren. Vooral uit die tekeningen putte Benoit voor zijn nieuwe album Bravo! Bravo!.

Het is de vierde keer dat Benoît zijn verspreide tekenwerk bundelt. Zijn eerste album, Scrabbelen in de herfst (1989), bevatte een voorwoord van collega-tekenaar Ever Meulen, een tekstje waarin je de sleutelwoorden vond waar de vroege Benoît zo duidelijk voor stond: strakke vormgeving, onderkoelde humor, gereserveerde sfeer, deftige wereld, gestileerde personages in maatpak of tenue de soirée . Prachtige platen waren het van een schilderend cartoonist, fraai van compositie, verzorgd tot in het detail. Zorgden de verschillende elementen van de tekening zelf al niet voor 'een zachte clash van tegenstellingen' (Carel Peeters), dan was er altijd nog de lenig geformuleerde legende onderaan om een vrolijk stemmende botsing uit te lokken. Onder twee heren in een kaal berglandschap - bijvoorbeeld - stond: 'Zij vroegen zich af of ze dat landschap al dan niet zouden behouden.'

Een jaar later verscheen Het verboden museum: dezelfde aanpak, dezelfde interieurs en figuurtjes, dezelfde thema's, met het (moderne) kunstenaarschap voorop. In dit album stond - bijvoorbeeld - die onvergetelijke tekening van een man die een emmer verf leeggiet op een bed: 'Hij voelde zich steeds eenzamer in zijn pogingen de burgerlijke patronen te doorbreken.' Dit keer zorgde dichter Roland Jooris voor enige begeleidende woorden. Onspectaculair. Jongensachtig. Pointeloos.

Felle hemel (1993) was een heterogener boek, een overgangsboek weten we nu. Ze waren er weer, de verzorgde prenten met knipogende legenden van weleer, maar geregeld bleven de legenden ook weg. De beschouwer werd dan op zichzelf teruggeworpen om uit te maken wat hier nu wel stond. De typische Benoît-ingrediënten gingen zich autonomer, zelfbewuster gedragen. En meer en meer kwam het voor dat de vertrouwde figuurtjes uit hun kader wegliepen. Commentaar was er dit keer alleen nog via de verzen van Federico García Lorca - 'Ik struikel wankel door de harde vaste eeuwigheid...'

Sindsdien is het woord nog verder teruggedrongen in Benoîts werk. SdL-lezers hebben kunnen merken hoe hij zich koppig in een subtiele dialoog met het wit, de ruimte vastgebeten heeft. In Bravo! Bravo! gaat hij daarin nog een stapje verder dan op deze pagina's. Ook tekeningen die in de krant nog een titel hadden, verschijnen in dit album titelloos; hier heeft Benoît ze liever zonder een sleutel waarmee je snel binnengeraakt. Elke tekening wordt daardoor nog een krachtigere spuit voor de verbeelding (en allicht groeit ook de agressie van wie 'er niks in ziet'). De kunstenaar Benoit staat op het recht op vaagheid. Hij citeert wel eens de cineast Robert Bresson: je mag een idee hebben, maar het moet vaag genoeg blijven.

Abstraherend. Uitgepuurd. Minimalistisch. Dat soort woorden zou in een commentaar Benoîts nieuwe album kunnen vergezellen. Maar er staat niets: cover, keerzijde, entrée, exit, alles baadt in het wit, zoals ook het hele album mikt op soberheid. Verspreid door het boek staan enkele prenten in kleur, met een prachtig coloriet, maar eerder als contrapunt: dit album vertelt wat een krachtig spul het kan zijn, enkele fragiele zwarte lijnen op een groot wit blad papier.

Benoît gaf zijn album een mooi ritme mee. Keurig gekadreerde prenten staan er nauwelijks in en op een uitzondering na komt geen woord zich met het lijnenfeest bemoeien. De typische Benoît-figuurtjes zijn bevrijd uit de stijve decors van weleer, ze lopen er vrijer, maar dikwijls ook nog onbeholpener, breekbaarder bij. De kleren zijn losser, en de hoofden dansen zich wel eens los van het lijf. Met de lossere tekenlijn is de afstandelijkheid wat geweken; Benoîts surreële wereld is er niet minder melancholisch van geworden.

Benoîts tekeningen lopen over van een realistisch naar een abstracter patroon. Waar ligt daarbij de grens, dat interesseert hem ook: wanneer wordt een (getekende) schoen een schoen? De kunstenaar reproduceert en demonteert het eigen werk, ook in een serie tekeningen waarin hij met tegels werkt - een verwijzing naar zijn werk in een Brussels metrostation.

Wie door de albums van Benoît bladert wordt getroffen door de continuïteit, de eigen stempel van de kunstenaar. Tegelijk heeft hij een hele weg afgelegd, van geïllustreerde oneliners tot compleet in lijnen opgeloste poëzie. Op deze pagina kan u zijn intrigerende reis blijven volgen.

Benoît, Bravo! Bravo! - Jef Meert, Antwerpen, 130 blz.

Author: Mark Schaevers
URL: http://www.benoit-artist.com/reviews/Mark-Schaevers

« Previous | Next »