Benoît van Innis

Kan kunst wel leuk zijn?

De Standaard

DIT artikel voldoet niet aan de eisen van de onafhankelijke kunstkritiek. Met Benoît ben ik bevriend. Ik heb hem leren kennen zoals veel mensen, via de publicatie van zijn tekeningen in De Standaard. Dat gebeurde in de jaren tachtig. Ik zocht hem op, dacht een oude man te treffen en ontmoette een leeftijdgenoot. Sindsdien volg ik zijn werk.

Voortdurend verrast Benoît mij, zijn stijl verandert gestaag. Hij besteedt minder zorg aan het detail, let meer op de grootse trekken, houdt de ruimte abstract, wordt vrijer. Ook zijn personages evolueren. In de vorige eeuw waren de dames en heren afkomstig uit onze contreien en vervulden ze behoorlijk hun culturele taken. Met de jaren worden ze jonger, leniger, mediterraner. En verkiezen ze een dutje op een tak in een boom boven een bezoek aan Documenta.

Benoît werkt met meerdere middelen. Nu eens zit hij gebogen boven een blad papier, dan weer staat hij voor een monumentale wand van Portugese tegels. Hij publiceert boeken zoals Bravo, Bravo, ooit zal hij nog eens sculpturen maken.
Benoît ontmoet ik vaak in zijn atelier en dan toont hij altijd schilderijen. Ze ontstaan langzaam. Op een doek zie ik hoe twee ogen en een mond langzaam veranderen in een scherf naast een wolk, kleuren en vormen transformeren in de seizoenen. Benoît schildert als een mens met vragen. Als een jongen tast hij in het ijle, maar hij heeft hoge verwachtingen. Soms schrijft hij met penseel de namen van zijn meesters op doek: Flaubert, Buñuel, Matisse. Voorbeelden van hoe je met je kwetsbaarheid je verlangens kan waarmaken.

In galerie S65 in Aalst neemt Benoît deel aan een groepstentoonstelling. De galerie heeft een duidelijke strekking: ze verdedigt zuivere abstractie. Drie van de exposanten beantwoorden aan die stijl. Je ziet werken met geometrische motieven van punten, strepen, velden in verzonken tinten. Daarmee contrasteren de schilderijen met figuratieve elementen in felle tinten van de vierde man.
De aparte plaats van Benoît in de galerie typeert goed zijn positie in de kunstwereld. Hij is een buitenbeentje. Kan iemand die leuke tekeningen publiceert in de krant wel beschouwd worden als artiest? Het establishment antwoordt voorlopig met nee.

Aan die isolatie binnen het officiële kunstcircuit heeft Benoit zelf wat schuld. Hij is weinig volgzaam en neemt de actuele kunst vaak op de korrel in zijn tekeningen. Een kritische toets past hij ook toe op eigen werk. Op de tentoonstelling hangt een klein stilleven. Een stronk witloof, een statuette van een voetballer en een citroen liggen samen op een glooiend doek. Tussen de drie objecten lijkt een heimelijk, vermakelijk onderonsje te ontstaan. Elders zie je een groen jurkje zweven in een gele lucht, vrolijk maar onaanraakbaar. De titel Je voudrais être ta robe verwijst naar een liedje van Bourvil. Eén werk is abstract: grillige grijze vlekken vormen een trio van lyrische wolken.

Benoît schildert dingen die hij sympathiek vindt. Zijn levend model kan zowel een karaktertrek van een kennis, een onnozele asbak als een decoratief patroon zijn. Hij brengt ze tot leven door licht en kleur. Onder een felle hemel krijgen de dingen een andere gedaante: ze verliezen gewicht en winnen aan natuurlijkheid. Benoît weet de kunst haar juiste plaats te geven: in de zon, bij een glas wijn, onder vrienden.

* Galerie S65, Tragel 7, Aalst, tot 1 juni, donderdag tot zaterdag, 14-18 uur. De galerie is gesloten van 29 april tot 5 mei, naar aanleiding van de kunstbeurs Art Brussels. Prijzen: vanaf 2.200 euro.

© Copyright De Standaard

Author: Jan Florizoone
URL: http://www.benoit-artist.com/reviews/Jan-Florizoone-01

« Previous | Next »